Bedrijfseisen

Elke werkgever is verplicht zoals de arbowet artikel voorschrijft zorg te dragen voor een veilige werkomgeving en dat werknemers in alle gezondheid kunnen werken.

Derhalve is het gebruik van een heftruck verbonden aan een aantal “spel” regels.

Hieronder vind u enkele van deze regels uitgeschreven.

Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E)

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Ut elit tellus, luctus nec ullamcorper mattis, pulvinar dapibus leo.

Het doel van een RI&E is het verkrijgen van algemeen inzicht in veiligheids- en gezondheidsrisico’s binnen het bedrijf of organisatie. De RI&E is de basis van het Arbo-beleid, met als doel:

  • het verkrijgen van inzicht in de gevaren en de hieraan verbonden risico’s op het gebied van veiligheid, gezondheid en welzijn, waaraan de medewerkers worden blootgesteld;
  • het op grond van de verkregen inzichten kunnen formuleren van maatregelen om risico’s te elimineren of te beperken en beheersbaar te maken;
  • het kunnen formuleren van criteria voor de inhoud en opzet van arbo- en verzuimbeleid en het wettelijke verplichte periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek (PAGO).
  • De rapportage geeft een helder beeld van het huidige Arbo-beleid en de risico’s, tekortkomingen en bedreigingen die op het niveau van functie en werkplek zijn geconstateerd ten aanzien van veiligheid, gezondheid en welzijn.
Hoe werkt een RI&E?

Door een deskundige van HER ARBO & Veiligheid wordt uw werkplek beoordeeld en worden aanwezige risico’s opgeschreven. Als alle risico’s zijn onderkend worden deze geanalyseerd. Dit betekent dat wordt vastgesteld wat de ernst van het risico is en op welke termijn het aangepakt zou moeten worden. Dit alles wordt in een rapport vastgelegd waarna de werkgever aan de slag kan met het structureel aanpakken van de risico’s

De ervaring leert dat veel bedrijven het Arbobeleid verder kunnen verbeteren. De RI&E is een eerste stap in de goede richting. Naast het voldoen aan wettelijke verplichting, zit de winst in terugdringing van ziekteverzuim en voorkoming van ongevallen.

Bent ú RI&E-plichtig? Waarschijnlijk wel

De risico-inventarisatie & -evaluatie (RI&E) is al sinds 1 januari 1994 verplicht voor alle werkgevers (uitgezonderd ZZP’ers). Het plan van aanpak is een verplicht onderdeel van de RI&E. Dat staat in de Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet).

Met behulp van onderstaand stroomschema kunt u bepalen of ook ú volgens de Arbowet verplicht bent een RI&e uit te voeren.

Verkeersplan

Verkeersregels moeten eenvoudig, logisch en duidelijk zijn voor mensen die sporadisch het DC bezoeken. Laat de regels door een buitenstaander beoordelen.

Op het terrein van distributiecentra zijn verschillende verkeersstromen te onderscheiden, die allen hun eigen karakteristieken hebben. Naast de eigen medewerkers die dagelijks op het terrein komen, is er veel dagelijks vrachtverkeer en zijn er ook bezoekers die sporadisch komen.
Voor alle deelnemers is het veiliger om de afspraken en regels ten aanzien van rijgedrag, parkeren, laden en lossen e.d. vast te leggen en duidelijk zichtbaar te maken. Dit voorkomt ongelukken

Eenduidig vastleggen van de verkeersregels, leidt tot het veiliger maar ook efficiënter rouleren van het verkeer op het terrein. Dit leidt tot minder (bijna) ongelukken en ook tot minder schades

Een bedrijfsterrein dat niet is afgesloten met een hekwerk met poort of slagboom heeft de juridische status van openbare weg. Het plaatsen van borden “Verboden Toegang” , het veranderen van bestrating e.d. brengt hierin geen verandering. Iedereen kan het terrein oprijden, dus -juridisch gezien- is het een openbare weg.
Een heel specifiek uitvloeisel van de openbare-weg-situatie is het voorschrift, dat een heftruck, op de openbare weg aangemerkt wordt als een motorrijtuig met beperkte snelheid (MMBS). Is de heftruck breder dan 1.3 meter inclusief het voorzetstuk, dubbel lucht en andere modificaties, dan moet de chauffeurs in het bezit moet zijn van een B-rijbewijs (mits deze is afgegeven voor 1-7-2015) of een T-Rijbewijs.
Afspraken omtrent het gedrag in het verkeer op het terrein, worden vastgelegd in het verkeersplan. Door de afspraken eenduidig vast te leggen, kan worden nagegaan of deze eenduidig en voor iedereen helder zijn.
Op basis van het verkeersplan kunnen de verkeersregels kenbaar worden gemaakt door middel van bewegwijzering, bebording en belijning
Het ontwikkelen van een verkeersplan kan varieren van:

– U of uw medewerkers kunnen verkeersrichtlijnen zelf opzoeken of checklisten aanschaffen. Doorgaans hebben zaken die vanuit het bedrijf zelf worden uitgezocht en geïmplementeerd uiteindelijk het grootste effect. Daarbij is het wel van belang dat het minimale kennisniveau aanwezig is om checklisten te kunnen interpreteren.
– U kunt u ook laten ondersteunen door een adviseur. Adviseurs werken meestal op uurbasis; voor een goede kostenbeheersing is het van belang dat u doel, scope, te nemen stappen en verwacht resultaat van de advieswerkzaamheden vooraf met de adviseur afspreekt. Om tunnelvisie te voorkomen is het wenselijk een externe partij in te schakelen

Door het instellen van een maximumsnelheid op het bedrijfsterrein, worden juist die medewerkers beschermd, die buiten op het terrein aan het werk zijn.

Op het terrein rondom het DC vindt aankomend en vertrekkend verkeer plaats, terwijl er ook medewerkers aan het werk kunnen zijn. De aandacht voor het verkeer van medewerkers die bezig zijn met hun taak, is vaak beperkt, omdat hun aandacht op de uitvoering van de taak gericht is. Juist voor hen is het veiliger als er een lage maximum snelheid van toepassing is op het terrein.

De eigenaar van het bedrijfsterrein kan via verkeersborden aangeven wat de max. snelheid is. Deze snelheid is van toepassing voor de personen- en vrachtauto’s.

De snelheid van heftrucks is afhankelijk van factoren als:
– Kwaliteit van de truck, raadpleeg de handleiding.
– Ervaring van de chauffeur.
– Risico’s ter plaatse.
– Soort banden; volmassief banden maakt lagere snelheid nodig.
– Achteruitrijden stapvoets

De alertheid van chauffeurs wordt geactiveerd als wordt aangegeven dat men een voetgangersoversteekplaats nadert .

Daar waar kruisend verkeer niet voorkomen kan worden, is het aan te bevelen om duidelijk te markeren waar zich kruisende stromen met voetgangers bevinden. Door deze op een logische plaats neer te leggen, zodat voetgangers niet om hoeven te lopen, worden verkeersstromen gestructureerd. Door de oversteekplaatsen te markeren, wordt voor het overige verkeer duidelijk dat hier voetgangers kunnen lopen. Door de markeringen wordt de aandacht van de chauffeurs vergroot. Deze markering kan worden uitgevoerd als een zebra-pad of door afwijkende vloercoating.

Let wel dat de kleuren die gebruikt worden herkenbaar zijn. Kleuren zoals witte belijning zijn voor werknemers het meeste herkenbaar aangezien deze ook op de openbare weg zichtbaar zijn en een zekere betekenins hebben.

Vrachtverkeer dient altijd toegang te hebben tot het bedrijfsterrein. Voor autoverkeerverkeer is dit vaak niet nodig. Een afgescheiden parkeerplaats, op het eigen terrein maar afgescheiden van het bedrijfsterrein, kan het autoverkeer op het eigen terrein minimaliseren.

Vrachtwagens en personenauto’s zullen beide toegang moeten hebben tot het terrein. Het aankomstpatroon, de snelheid en de manier van manoeuvreren zijn voor beide vervoermiddelen verschillend. Om te voorkomen dat beide vervoermiddelen elkaar hinderen bij het aan- en afrijden, kunnen gescheiden toegangsroutes worden voorzien. De noodzaak hiervoor is uiteraard afhankelijk van de omvang van het verkeer.

De bewegwijzering dient een onderdeel te zijn van het verkeersplan. In het verkeersplan zijn de externe verkeerstromen aangegeven en hierin wordt aangegeven hoe deze geborgd worden.

Vrachtverkeer op het bedrijfsterrein kost vaak veel ruimte. Vooral wanneer er veel gedraaid en gemanoeuvreerd moet worden, is extra ruimte nodig en/of er ontstaan opstoppingen. Het manoeuvreren van vrachtwagens kan vaak voorkomen worden door een duidelijke, goed herkenbare bewegwijzering. Deze dient reeds voor de toegangspoort te worden voorzien. Hiermee wordt voorkomen dat chauffeurs verkeerd rijden en onnodig manoeuvreren.

De looproute van de chauffeurs dient een onderdeel te zijn van het verkeersplan. In het verkeersplan zijn de externe verkeerstromen aangegeven en hierin wordt aangegeven hoe deze geborgd worden.
Tevens is hierin aangegeven hoe en waar de chauffeurs zich moeten melden.

Zodra de chauffeur de instructie heeft ontvangen, aan welk dock hij moet aandocken, zal hij zich gaan melden. Hij zal van zijn vrachtwagen heen en weer lopen naar het aanmeldloket en vervolgens naar de centrale wachtruimte.
De looproute voor de chauffeurs bevindt zich meestal op een terrein waar meerdere vrachtwagens zijn aangedockt of aan het aan- of afdocken zijn. Om aanrijdingen te voorkomen, kan belijning van de looproutes voor de chauffeurs nuttig zijn.

De looproute van de chauffeurs naar het goederenontvangst kantoor dient een onderdeel te zijn van het verkeersplan. In het verkeersplan zijn de externe verkeerstromen aangegeven en hierin wordt aangegeven hoe deze geborgd worden.
Tevens is hierin aangegeven hoe en waar de chauffeurs zich moeten melden.

De vrachtwagenchauffeur zal zich moeten melden bij het ontvangstkantoor en zal daar zijn documenten overhandigen. Daarna zal hij wachten op instructies. Vervolgens moet gewacht worden tot de vrachtwagen is gelost of geladen.
Een aparte wachtruimte voor de chauffeurs, met koffiehoek, kleine counter, toilet- en douchegelegenheid en rookgelegenheid, zal er voor zorgen dat de chauffeurs in deze ruimte zullen verblijven. Dit voorkomt rondzwerven over het terrein of in het pand. Tevens is te allen tijden duidelijk waar de chauffeur zich bevindt.

Wettelijke verplichtingen

Wettelijke verplichtingen bij het werken met een gemotoriseerd arbeidsmiddel zijn oa:

  • Een minimumleeftijd van 16 jaar.
  • 16 en 17  jarigen alleen onder direct toezicht van de leidinggevende.
  • Alleen personen met een aantoonbare deskundigheid. Dus een certificaat of diploma.
  • Een goed onderhouden en goedgekeurd arbeidsmiddel.

Als een werkgever niet kan aantonen dat zijn personeel voldoende is opgeleid, is hij/zij bij ongevallen juridisch aansprakelijk.

In eerste instantie is tijdens werktijd, en zeker als er gewerkt wordt in opdracht en/of onder toezicht van de werkgever, en/of er opgedragen werk wordt uitgevoerd, altijd in eerste instantie de werkgever aansprakelijk. Dat geldt voor de Arbowet en ook op basis van het civiele recht van het burgerlijk wetboek.

Bij ernstige fouten van de werknemer zal de rechter per geval moeten beslissen of er ook een (gedeeltelijke) schuld en verantwoordelijkheid op de schouders van de werkgever gelegd kan worden.

De HR ( Hoge Raad ) heeft zelfs enkele jaren geleden vastgelegd dat de werkgever ook verantwoordelijk is voor kleine verkeersovertredingen die de werknemer in werktijd begaat ( in zijn privé auto) mits het opgedragen ritten betreft.

In de Risico- Inventarisatie en -Evaluatie zal een heftruck of reachtruck als risico genoemd worden en zal er een aanbeveling gedaan worden om een heftruckchauffeurs opleiding of reachtruckchauffeurs opleiding te volgen.

Periodieke keuring

Keuring Heftruck

Volledig conform het arbobesluit artikel 7.4a is het verplicht dat de werkgever zorgt voor veilige arbeidsmiddelen. Een periodieke keuring (APK) dient dan ook jaarlijks, afhankelijk van het gebruik, uitgevoerd te worden door een onafhankelijke keurmeester. Wordt een heftruck meer gebruikt dan 1400 uur per jaar gebruikt, dan zal de werkgever een additionele keuring moet inzetten.

Batterij/laadstation

Naast een standaard keuring, is het ook verplicht de tractie batterij en bijbehorende acculader separaat te laten keuren. Veel laders trekken stof aan hetgeen een brand kan veroorzaken. Daarbij is een lader een elektrisch apparaat en zal conform de NEN3140 gekeurd moeten worden.

Aanbouwapparaten/voorzetapparatuur

Wordt er intern ook gebruik gemaakt van aanbouwapparaten/voorzetapparatuur, dan zullen deze eveneens jaarlijks gekeurd moeten worden door een onafhankelijke keurmeester.

Regelmatig keuren op deugdelijkheid

De keuring (artikel 7.4a, derde lid) voor tijdige opsporing van slijtage, veroudering of verslechtering moet periodiek plaatsvinden. Met zo’n terugkerende keuring en de eventuele beproevingstest kan tevens worden nagegaan of er voldoende onderhoud wordt gepleegd, zodat gevaarlijke situaties voorkomen kunnen worden.

Hoe vaak gekeurd moet worden, hangt af van het soort arbeidsmiddel en de intensiteit van het gebruik ervan. Regelmatig keuren waarborgt de deugdelijkheid van het arbeidsmiddel en de goede staat. In de toelichting van het Arbobesluit is minimaal één keuring per jaar als richtsnoer gegeven. Het is raadzaam om de uitkomsten van de risico-inventarisatie en-evaluatie (RI&E), die in het kader van het Arbobeleid wordt gemaakt, te betrekken bij het bepalen van de keuringsfrequentie voor elk arbeidsmiddel dat in gebruik is.